Biologisch

Het kind van wie het IQ zakte: wat Schneider (2017) meet en niemand navolgt

Bij één kind zijn hersenrijping en IQ tijdens puberteitsblokkade wél gemeten. Het IQ daalde van 80 naar 70. Sindsdien deed niemand het over.

Het kind van wie het IQ zakte: wat Schneider (2017) meet en niemand navolgt

Er is een merkwaardig gat in het onderzoek naar puberteitsblokkers. Duizenden kinderen kregen de middelen voorgeschreven, met als belangrijkste argument dat hun hersenen tijd zouden krijgen om na te denken. Maar hoe het die hersenen ondertussen verging, is bijna nooit gemeten. Bijna nooit — want één keer gebeurde het wel, en dat ene onderzoek is nooit nagevolgd.

Een casus uit Porto Alegre

In 2017 publiceerde een Braziliaans team rond Maiko Schneider en Poli Mara Spritzer in Frontiers in Human Neuroscience een longitudinale casestudy. Het ging om één kind: 11 jaar en 11 maanden oud, bij de geboorte als jongen geregistreerd, met genderdysforie. Het kind kreeg 28 maanden lang leuprorelin, een GnRH-agonist — dezelfde klasse middelen die ook in Nederlandse genderklinieken wordt gebruikt.

Wat deze studie bijzonder maakt, is niet de behandeling maar de meting. Het team keek op drie momenten — voor de start, na 22 maanden en na 28 maanden — naar drie dingen tegelijk: de intelligentie (WISC-IV), de rijping van de witte stof in het brein (MRI met diffusion tensor imaging) en het stempatroon.

Wat er gebeurde

Het totale IQ van het kind stond bij de start op 80. Na 22 maanden blokkers was het 71. Na 28 maanden 70. Dat is een daling van tien punten, van laaggemiddeld naar wat psychologen het grensgebied noemen. Het werkgeheugen — het vermogen om informatie vast te houden terwijl je ermee werkt, precies wat je op school nodig hebt — zakte van 83 naar 68, en kroop daarna terug naar 74.

De hersenscans lieten iets zien wat op het eerste gezicht geruststellend lijkt en bij nadere beschouwing dat allerminst is. De fractional anisotropy van de witte stof, een maat voor hoe goed de zenuwbanen georganiseerd en geïsoleerd zijn, bleef vlak. In de genu van het corpus callosum: 0,504, dan 0,493, dan 0,502. Onveranderd.

Waarom ‘onveranderd’ hier geen goed nieuws is

Bij een kind van twaalf, dertien, veertien hoort die waarde niet vlak te blijven. De adolescentie is juist de fase waarin de witte stof verder rijpt: zenuwbanen worden gemyeliniseerd, verbindingen worden efficienter. Een vlakke lijn betekent hier niet ‘geen effect’. Het betekent dat de ontwikkeling die er hoorde te zijn, uitbleef. De pauzeknop-metafoor suggereert dat het brein netjes stilstaat te wachten. Deze scans laten zien wat stilstaan in de praktijk betekent: een rijpingsslag die niet plaatsvindt terwijl de klok wel doorloopt.

Wat deze studie niet bewijst

Laat ik eerlijk zijn over de beperkingen, want die zijn fors. Dit is één kind. Er is geen controlegroep. IQ-scores van een individu schommelen, en een daling van tien punten kan bij een enkele meting ook meetruis zijn, of concentratieproblemen op de testdag, of de genderdysforie zelf. De auteurs claimen dan ook nergens dat blokkers het IQ verlagen. Ze roepen op tot vervolgonderzoek. Wie deze casus presenteert als bewijs van hersenschade, gaat verder dan de data toestaan.

Het echte schandaal zit in wat erna gebeurde

En toch. Deze studie verscheen in 2017. De oproep tot vervolgonderzoek is nu bijna tien jaar oud. In die tien jaar zijn wereldwijd duizenden kinderen aan blokkers begonnen. En er is nog steeds geen enkele gecontroleerde studie die volwassen IQ, werkgeheugen of executief functioneren vergelijkt tussen voormalige blokkergebruikers en een controlegroep.

Sterker nog: het Tavistock-protocol nam cognitieve metingen op in de oorspronkelijke onderzoeksopzet, maar die data zijn nooit gerapporteerd. De Cass Review (2024) noemt dit ontbrekende cognitieve uitkomstonderzoek expliciet als zorgwekkend hiaat — en het was mede reden voor de Britse stop. De dierstudies wijzen intussen dezelfde kant op: schapen die tijdens de puberteit een GnRH-agonist kregen, presteerden slechter op ruimtelijke geheugentaken.

Een casestudy van één kind bewijst niets. Maar als een signaal tien jaar lang de enige menselijke meting blijft die er is, dan is de vraag niet meer wat die casus bewijst. De vraag is waarom niemand het over wilde doen.

Bronnen

hersenencognitieiqonderzoekschneider

Twijfel je, of maak je je zorgen om je kind?

Lees hoe je kunt steunen