Begrippenlijst

De belangrijkste termen rond puberteitsblokkers, kort en helder uitgelegd. Klik door voor de volledige uitleg.

Botdichtheid (botmineraaldichtheid)

De hoeveelheid mineraal in het bot; de puberteit is dé periode waarin de piekbotmassa wordt opgebouwd.

Cass Review

Onafhankelijk Brits onderzoek (2024) dat de bewijsbasis voor genderzorg bij jongeren als 'opvallend zwak' beoordeelde.

Desistance

Het vanzelf afnemen of verdwijnen van kindergenderdysforie tijdens de puberteit.

Detransitie

Het (deels) terugdraaien van een medische of sociale transitie, vaak met blijvende lichamelijke schade.

Dutch Protocol

Het Amsterdamse behandelmodel dat blokkers vanaf ~12 jaar introduceerde en wereldwijd werd overgenomen.

Genderdysforie

Aanhoudend onwelbevinden door een verschil tussen het ervaren gender en het geboortegeslacht.

GnRH-agonisten

De medicijnklasse achter puberteitsblokkers; ze schakelen de hormoonas tussen hersenen en geslachtsklieren uit.

HPG-as (hypothalamus-hypofyse-gonade-as)

Het hormonale regelsysteem dat de puberteit aanstuurt en dat door blokkers wordt uitgeschakeld.

Informed consent

Toestemming op basis van volledige, begrijpelijke informatie over voor- en nadelen van een behandeling.

Off-label gebruik

Het voorschrijven van een medicijn buiten de officieel geregistreerde en goedgekeurde toepassing.

Puberteitsblokkers

Medicijnen (GnRH-agonisten) die de aanmaak van geslachtshormonen stilleggen en zo de lichamelijke puberteit onderbreken.

Rapid-onset genderdysforie (ROGD)

Plotseling ontstane genderdysforie in de adolescentie, vaak in vriendengroepen en zonder eerdere signalen.

Tanner-stadia

Vijf stadia die de lichamelijke puberteitsontwikkeling beschrijven; blokkers worden vaak vanaf Tanner 2 gestart.

Watchful waiting

Een afwachtende, ondersteunende aanpak die ruimte geeft aan de natuurlijke ontwikkeling zonder medisch ingrijpen.