Biologisch

Brain Maturation, Cognition and Voice Pattern in a Gender Dysphoria Case under Pubertal Suppression

Schneider, Spritzer, Soll e.a. · Frontiers in Human Neuroscience · 2017

Belangrijkste bevinding

Tijdens 28 maanden puberteitsblokkade daalde het totale IQ van 80 naar 70 en het werkgeheugen van 83 naar 74, terwijl de witte stof niet verder rijpte.

Dit is een van de weinige studies waarin bij een kind met genderdysforie tijdens puberteitsblokkade zowel de hersenrijping als het cognitief functioneren daadwerkelijk gemeten is. Het gaat om een longitudinale casestudy (n=1) van een Braziliaans team rond Maiko Schneider en Poli Mara Spritzer.

Opzet

Een kind van 11 jaar en 11 maanden met genderdysforie (bij de geboorte als jongen geregistreerd) kreeg 28 maanden lang de GnRH-agonist leuprorelin (3,75 mg). Er waren drie meetmomenten: vóór de start, na 22 maanden en na 28 maanden. Gemeten werden intelligentie (WISC-IV), de rijping van de witte stof (MRI met DTI, uitgedrukt in fractional anisotropy) en het stempatroon.

Bevindingen

Het totale IQ daalde van 80 naar 71 en vervolgens 70 — van laaggemiddeld naar het grensgebied. Het werkgeheugen daalde van 83 naar 68 en herstelde deels tot 74. De fractional anisotropy van de witte stof bleef vlak, bijvoorbeeld in de genu van het corpus callosum (0,504 → 0,493 → 0,502). Dat is opvallend, omdat deze waarde tijdens een normale adolescentie juist hoort toe te nemen: de witte stof rijpt dan verder. De grondfrequentie van de stem zakte van 218,7 Hz naar 187,6 Hz en steeg daarna weer naar 223,0 Hz — binnen het vrouwelijke bereik.

Hoe zwaar weegt dit?

Eén patiënt is geen bewijs. Er is geen controlegroep, en IQ-scores van een individu schommelen nu eenmaal. De auteurs presenteren hun bevindingen dan ook uitdrukkelijk als aanleiding voor vervolgonderzoek, niet als aangetoonde schade. Juist daarom is deze casus relevant: hij meet precies wat in de grote behandelcohorten stelselmatig niet gemeten is. De dierstudie van Hough (2017) wijst dezelfde richting op, en de Cass Review (2024) noemt het ontbreken van cognitieve uitkomstdata een zorgwekkend hiaat. Bijna tien jaar na deze publicatie is er nog altijd geen gecontroleerde studie die de vraag beantwoordt.